kuitbeen

latijn: os fibula


kuitbeen

Het kuitbeen bevindt zich aan de buitenzijde ten opzichte van het scheenbeen, in het onderbeen. Het kuitbeen is net zolang als het scheenbeen, maar is ongeveer een centimeter lager geplaatst. Het is het dunste van de twee beenderen.
Bij de enkel zijn het kuitbeen en het scheenbeen samengevoegd als een tweepuntige vork die over het sprongbeen heenvalt om zo een gewricht te vormen. De onderkant van het kuitbeen is duidelijk zichtbaar als de buitenste enkelknobbel, en het scheenbeen als de binnenste enkelknobbel.
Bovenaan is het kuitbeen aan de knie verbonden met kniebanden, maar het eigenlijke kniegewricht zit tussen het scheenbeen en het dijbeen, daar is het kuitbeen geen onderdeel van.

De manier waarop het kuitbeen verhard
Informatie over bottengroei is erg handig bij forensisch onderzoek, bijvoorbeeld om uit te vinden hoe oud een bot is.
Bij de geboorte zijn beide uiteinde van het kuitbeen van zacht kraakbeen-materiaal. Het bot word harder (ossificeert) vanuit drie punten: de twee uiteinden en het midden. Het onderste uiteinde van het kuitbeen begint ongeveer 2 jaar na de geboorte hard te worden, het bovenste uiteinde na zo'n 4 jaar.Het verharden start bij de uiteinden van het kuitbeen richting het midden. Het duurt bij vrouwen ongeveer 16 jaar totdat het volledige kuitbeen is uitgehard. Bij mannen duurt dit zo'n 19 jaar.

Powered by Drupal, an open source content management system